Buiten binnen de Randstad - Wonen in Nieuwkoop

Geschiedenis van de gemeente Nieuwkoop

Water speelde een centrale rol in de vorming van deze streek. In het land ontstonden achter de strandwallenzoete binnenzeeën waarin zich moerasvegetaties ontwikkelden. In deze uitgestrekte moerasgebieden ontstond op grote schaal veen. De meeste dorpen in het gebied zijn gesticht tussen 1000 en 1300 AD door de ontginning van het gebied. De graaf van Holland ging overeenkomsten -copen- aan met degenen die de ontginning verder zouden  leiden. Deze tussenpersonen kregen het recht om het land vervolgens door te "vercopen" aan kolonisten. Vanaf het begin van de grote ontginning hadden de kavels vaste afmetingen. De cope-verkaveling is kenmerkend voor de streek en duidelijk terug te zien in het landschap. De naam Nieuwkoop (nieuwe cope) is hier direct van afgeleid.

Vanaf de 13e eeuw begonnen de bewoners met akkerbouw en veeteelt. Na verloop van tijd droogde de veenlaag uit en brachten de akkers minder op.  Al snel merkten de bewoners dat de gedroogde veen een goede brandstof was. En goede brandstof was hard nodig in de snel groeiende steden. De hoge turfproductie was echter niet zonder gevaar. Steeds meer land verdween en er ontstonden diepe waterplassen. Van de dorpen bleef niet veel meer over dan smalle stroken grond met huizen en wegen.

Toen de plassen zo diep waren geworden, dat turfsteken niet meer mogelijk was zochten de ondernemende inwoners naar nieuwe bronnen van inkomsten: vissen en rietsnijden. De plassen waren na verloop van tijd zo groot en diep geworden dat werd gevreesd voor een binnenzee tot aan Haarlem. Daarom werd besloten het gebied droog te leggen. In 1820 was de nieuwe polder droog genoeg en was de Nieuwkoopse en Zevenhovense polder een feit. Akkerbouw en veeteelt ontwikkelden zich weer en de welvaart kwam terug in deze streek. 

In 1958 is de laatste polder, de Noordse Buurt drooggemalen.